Wat is een CD

Een CD is in feite een kleine plastiek schijf, ongeveer 1,2 mm dik. De CD wordt geperst via injectie van vloeibaar polycarbonaat plastiek. Gedurende dat persen worden kleine putjes in dat plastiek gemaakt die een lang spiraalvormig spoor vormen. Eens de geperste plastiek afgekoeld is, wordt de oppervlakte met aluminium gemetaliseerd en wordt er een beschermende acryllaag overheen gespoten. Daarna wordt de CD bedrukt en wordt het centrum cirkelvormig uitgeponst.

Een CD heeft een spiraalvormig spoor vol met informatie. Het begin is in het midden, het einde aan de buitenkant van de CD.

De informatie op een CD staat er onder de vorm van putjes (pits) of lands en bultjes of bumps. De afmetingen van deze pits en bumps zijn zodanig klein dat de sporen op een CD zeer dicht bij elkaar kunnen liggen (ter vergelijking: 60 CD-groeven zijn even breed als 1 LP-groef).

De informatie op een CD staat er onder de vorm van putjes (pits) of lands en bultjes of bumps. De afmetingen van deze pits en bumps zijn zodanig klein dat de sporen op een CD zeer dicht bij elkaar kunnen liggen (ter vergelijking: 60 CD-groeven zijn even breed als 1 LP-groef).

Het spoor komt met een constante snelheid van 1,2 m/s voorbij: aan het begin draait de schijf daarvoor sneller rond dan aan het eind. Het lezen van de putjes/dammetjes gebeurt met een diode-laser met een golflengte van 780 nm. De dammetjes zijn ongeveer 125 nm hoog en 500 nm breed en variëren in lengte van 833 tot 3054 nm. De reflectie van het laserlicht wordt continu gemeten. Door uitdoving (interferentie) worden de dammetjes als licht, en de putjes als donker gezien. Hieruit wordt het originele signaal teruggerekend.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *